• Ravage op Schiphol in de Tweede Wereldoorlog.

    Schiphol
  • Op 11 mei werd op Schiphol een eenheid geformeerd met resterende Fokker G.1 gevechtstoestellen.

    Fokker

Schiphol werd in Tweede Wereldoorlog totaal verwoest

SCHIPHOL Schiphol behoorde al voor de Tweede Wereldoorlog tot de toonaangevende luchthavens in Europa. De luchthaven groeide ook toen al snel. De oorlog betekende een ruwe onderbreking van de ontwikkeling van de luchthaven. Bij de bevrijding was Schiphol totaal verwoest.

Voorboden van de naderende oorlog werden eind jaren dertig steeds talrijker op Schiphol. Zo verschenen er op de staarten van vliegtuigen van Lufthansa grote hakenkruizen. In september 1939 beschoot een Duits gevechtsvliegtuig een DC-3 van de KLM die onderweg was van Kopenhagen naar Schiphol. Daarna zette de KLM in grote letters 'HOLLAND' op haar vliegtuigen om verdere misverstanden te voorkomen. Later werden er zelfs toestellen fel oranje geschilderd. KLM-vliegtuigen mochten op een gegeven moment niet meer in het Duitse en Franse luchtruim komen. Wie per KLM naar Nederlands-Indië wilde, reisde toen eerst per trein naar Napels. Op Schiphol, dat van oorsprong een militair vliegveld was, nam de militaire activiteit steeds verder toe. Er waren negen bommenwerpers en negen jachtvliegtuigen gestationeerd van de Luchtvaartafdeeling, de voorloper van de Koninklijke Luchtmacht. Op en rond het veld verscheen luchtafweergeschut.

DOEL Op 10 mei 1940 behoorde Schiphol tot de eerste doelen die de Luftwaffe bombardeerde om de Luchtvaartafdeeling uit te schakelen. Duitse vliegtuigen vlogen eerst – met schending van de Nederlandse neutraliteit – hoog over het land naar de Noordzee, de indruk wekkend dat ze op weg waren naar Engeland. Boven zee keerden zij echter terug en rond vier uur 's morgens verschenen de eerste laagvliegende Duitse vliegtuigen boven Schiphol om doelen op de grond te bombarderen en te beschieten. De Nederlandse militaire toestellen stegen meteen op. De Duitse aanvalsgolven duurden twee uur en richtten veel schade aan, zowel aan gebouwen als aan vliegtuigen, maar het banenstelsel bleef bruikbaar. Vanaf de tweede oorlogsdag opereerden nog resterende Fokker G.1 jachtvliegtuigen vanaf Schiphol. Dit type was de trots van de Luchtvaartafdeling, maar een flink deel van de toestellen was al bij de eerste aanvallen op Bergen en Waalhaven uitgeschakeld. Van de KLM-vloot werden in de meidagen achttien KLM-vliegtuigen vernield en één ontsnapte naar Engeland.

FLIEGERHORST Na de capitulatie namen de Duitsers bezit van Schiphol. Nog intacte vliegtuigen van de KLM en ook militaire toestellen namen zij in beslag. Aanvankelijk beweerden zij dat Schiphol een burgervliegveld zou worden voor Lufthansa, maar al snel maakten zij er een militaire vliegbasis van, een 'Fliegerhorst'. Zij stationeerden er Junkers en Heinkel bommenwerpers, van dezelfde eenheid die eerder Schiphol had gebombardeerd. De Duitsers gebruikten de toestellen voor het droppen van mijnen in de monden van Britse rivieren en havens. Ook kwamen er eenheden met Focke Wulf en Messerschmitt jachtvliegtuigen. De Duitsers breidden Schiphol bovendien flink uit. Zij verlengden de banen om zware bommenwerpers te kunnen laten opstijgen en legden een uitgebreid stelsel van taxibanen en opstelplaatsen aan ten noorden en westen van het veld. Doel daarvan was hun vliegtuigen zo verspreid mogelijk op te stellen, om de kans op treffers bij geallieerde luchtaanvallen te beperken. Ook legden de Duitsers een aftakking aan van het spoor tussen Aalsmeer en Hoofddorp voor de bevoorrading van Schiphol en bouwden zij bunkers om bommen en munitie in op te slaan.

De KLM kon in de oorlog niet vanuit Nederland vliegen. Het West-Indisch bedrijf, het KLM-onderdeel op de Nederlandse Antillen, draaide wel door. In Europa onderhield de KLM in opdracht van de Britse luchtvaartmaatschappij BOAC enige tijd een verbinding tussen Bristol en Lissabon.

GEALLIEERDEN Als Duitse basis bleef Schiphol doelwit voor luchtaanvallen, ditmaal door de Geallieerden. Britten en Amerikanen bombardeerden Schiphol meermalen. De luchtaanvallen bereikten een hoogtepunt in 1943. Op 13 december van dat jaar verschenen de Amerikanen met meer dan tweehonderd Marauder bommenwerpers boven Schiphol. Zij richten zoveel verwoestingen aan dat de Duitsers er geen heil meer in zagen Schiphol nog te repareren. Na de invasie in Normandië wilden zij echter ook niet dat de Geallieerden het vliegveld eventueel konden benutten voor luchtaanvallen tegen Duitsland. Daarom vernielden zij in september 1944 met explosieven het banenstelsel en alles wat er verder nog overeind stond. De bevolking haalde er in de Hongerwinter alles weg wat nog bruikbaar was, vooral hout, om de kou te doorstaan.

Kort voor de bevrijding dropten Lancaster bommenwerpers van de Royal Air Force en Vliegende Forten van de Amerikaanse strijdkrachten voedsel boven Schiphol om de in de Hongerwinter uitgemergelde bevolking van eten te voorzien.

WEDEROPBOUW Na de bevrijding werd ondanks tekorten aan van alles de wederopbouw onder Schiphol-directeur Jan Dellaert voortvarend aangepakt. Er kwamen eerst vooral tijdelijke gebouwen, maar wegens gebrek aan hangars zou vliegtuigonderhoud de eerste tijd vooral in de open lucht plaatsvinden. De KLM verzekerde zich intussen van door militairen afgedankte Dakota's en DC-4 Skymasters om snel haar netwerk te herstellen. Op 8 juli 1945 landden er voor het eerst weer vliegtuigen op Schiphol: vijf militaire Dakota's met aan boord een Canadees showgezelschap dat soldaten in Europa vertier kwam brengen.

René de Leeuw