• Frans Tol

Kapperspraat Liegen

"Wat is nu de verassing?", vroeg het joch, die ik nog nooit zo snel in mijn stoel had zien klimmen.

Blijkbaar had zijn vader hem beloofd dat als hij snel in de kappersstoel ging zitten hij een verassing voor hem had.

"We zouden toch van het weekend naar Turkije vliegen?", zei zijn vader.

"De verassing is dat jullie niet gaan", zei ik gevat.

Het ventje keek me moordlustig aan.

"Nee hoor", zei papa. "We gaan morgen al!"

In totale ontsteltenis riep het ventje uit: "Dus je hebt gelogen!"

Dit was duidelijk niet de primaire reactie die werd verwacht.

"Nou ja , gelogen", stamelde hij.

"Ja zeker", zei ik, "dat doet pappie altijd."

"Dan moeten we dat aan de juf vertellen", zei het jochie stellig.

'Ja dat vind ik ook, telefoon ligt daar", wees ik.

Triomfantelijk keek ik de vader aan. "Nou lul je hier maar eens uit."

"We gaan je ziek melden morgen", zei pa.

"Nog meer leugens", mompelde ik.

"Dat mag toch niet?", zei junior ontsteld.

"Nee, dat vind ik ook", zei ik. "Het beste lijkt me dan ook dat jij morgen gewoon naar school gaat en dan ga ik wel mee naar Turkije."

Aan de gezichtsuitdrukking van het ventje te zien was hij het daar niet direct mee eens.

"Ik waardeer jouw eerlijkheid", zei senior. "Maar nu kunnen we toch lekker eerder van de glijbaan in het zwembad af roetsjen. Hoe heerlijk is dat?"

"Hoe laat zijn we dan in het zwembad?" vroeg de kleine.

"We vliegen al om 6 uur in de ochtend, dus als het meezit kunnen we rond de middag van de glijbaan."

"Eerst eten toch?", piepte de smurf.

"Tuurlijk eerst eten."

Het was een tijdje stil en het kereltje zat duidelijk na te denken.

"Maar dan kunnen we morgen toch de school niet bellen, zo vroeg?"

"Opa belt dat jij ziek bent", zei pa stralend.

"Het is wel een familiekwaal hè, dat liegen en bedriegen", zei ik.

"Ach weet je, mijn vader had ook kinderen."