• Luchtmacht adjudant Fokko Boersma overhandigd de onderste helft van de neus aan Arno van der Holst.

    Peter Bootsman
  • Arno van der Holst van het Transportmuseum bij de DC-2.

    Frans Tol
  • De aankomst over de vrije busbaan.

    Frans Tol
  • De dieplader met daarop de vleugels van het vliegtuig.

    Frans Tol

Transportmuseum echte DC-2 rijker

NIEUW-VENNEP In delen en verspreid over meerdere transporten is deze één na oudste Douglas DC-2 vanuit Eindhoven naar het Transport Museum in Nieuw-Vennep gebracht. Van dit toestel, dat onder nummer 1288 in Santa Monica (Californië) in de Verenigde Staten door de Douglas Aircraft Company in 1934 gefabriceerd werd, zijn er verspreid over onze aardbol nog acht over. Het waren moeilijke transporten, die met diepladers uitgevoerd werden door de vliegtuigtransport specialisten van de Koninklijke Luchtmacht. Moeilijk omdat de lengte van het toestel 19,1 meter is, moeilijk omdat ook de gedemonteerde vleugels, motoren en andere onderdelen zo zorgvuldig mogelijk overgebracht moesten worden. De moeilijkheid bleek al bij het eerste transport: dat vertrok afgelopen donderdag 31 mei om 13.45 uur uit Eindhoven en kwam om 16.30 uur in Nieuw-Vennep aan. Daar kon gebruik gemaakt worden van de vrije busbaan. Maar toch bleek de bocht van busbaan naar Lucas Bolsstraat millimeterwerk te zijn. Het zorgvuldig afladen van romp en vleugels nam samen zo'n 2 uur in beslag. Direct daarna werd begonnen met het afschuren en schoonmaken van dit aluminium toestel.

Frans Tol

REMBRANDT Arno van der Holst, een van de managers van het nieuwe Transport Museum, voelde zich als de directeur van een schilderijenmuseum die net een Rembrandt verworven heeft: 'Ik zal dus ook maar niets zeggen over de waarde van dit toestel! Het is echt bijzonder dat Anne Cor Groeneveld, die eigenaar was van dit toestel, bereid was het bijzondere toestel aan ons te schenken.' Van der Holst wijst erop dat eenzelfde toestel wereldberoemd werd als De Uiver: 'Dat kwam omdat de KLM in 1934 met die Uiver deelnam aan een luchtrace tussen Londen en Melbourne en de winnaar werd van de Handicaprace. Het was in die tijd bizar dat een luchtvaartmaatschappij met een gewoon lijndienstvliegtuig met passagiers en post aan zo'n race meedeed. De hele wereld sprak toen over die vreemde, ondernemende Hollanders.' In het algemeen klassement werd De Uiver tweede. Eerste werd de speciaal voor deze race gebouwde Haviland DH.88 Grosvenor House. Een succes werd de DC-2 niet: hij werd al snel opgevolgd door de wel succesvolle DC-3. Dat het geen succes werd kwam omdat er maar plaats was voor 14 passagiers en 2 à 3 bemanningsleden. En ja er was tijdens de vluchten een kok aan boord. De voortstuwing werd gedaan door twee Wright Cyclone GR-1820-F53 9 cilinder stermotoren. Die hadden een stuwende kracht van 710 pk (530 kW) en bereikten een kruissnelheid van 306 kilometer. De spanwijdte was 25,9 meter, en het leeggewicht was 5.650 kg. Met passagiers, bemanning en vracht kon de DC-2 een maximaal startgewicht hebben van 8.420 kg. Die Uiver moest wel vaak landen omdat er met een volle tank maar 1.750 kilometer gevlogen kon worden. Er zijn er dus nu 8 over, maar er zijn er 131 geproduceerd voor civiele luchtvaartmaatschappijen en 62 voor het Amerikaanse leger.

FOKKER De productie van metalen vliegtuigen zoals de Boeing 247 en de Douglas DC-2 betekende in die tijd wel dat de Nederlandse vliegtuigproducent Fokker het moeilijk kreeg. Die fabriceerde toen nog vliegtuigen met een geraamte van hout dat met textiel overspannen werd. Op Wikipedia is te lezen dat er na enkele serieuze ongelukken een roep kwam om metalen vliegtuigen die veiliger geacht werden. Het eerste geheel metalen vliegtuig was de net genoemde Boeing 247. Die kon 10 passagiers meenemen, maar omdat vrijwel de gehele productie daarvan voor United Airlines bestemd was, deed de maatschappij TWA (Transcontinental and Western Airlines) een oproep aan andere producenten ook een geheel metalen vliegtuig te bouwen. Douglas reageerde op die oproep met de productie van de DC-1. Die maakte vanaf 1933 succesvolle proefvluchten, maar al snel werd er een productieversie ontwikkeld die langer was: het werd de DC-2 die op 2070 meter een topsnelheid haalde van 338 km en een maximale vlieghoogte kon bereiken van 6.930 meter. TWA bestelde er 32 van en al snel volgden andere maatschappijen waaronder KLM, LOT en Swissair. De KNILM (Koninklijke Nederlands-Indische Luchtvaart Maatschappij) kocht er toen drie.

KLM De toestellen werden op de Europese markt door Fokker verkocht. Die had daarvan het verkooprecht verworven. De in Santa Monica gebouwde vliegtuigen werden na proefvluchten van hun vleugels ontdaan en naar Europa verscheept. Daar werden zij in Rotterdam (vliegveld Waalhaven) of in Cherbourg weer in elkaar gezet. Bijzonder is dat ultramoderne vliegtuigen als de Airbus A-350 en de Boeing 787 nog op dezelfde manier gebouwd worden als die DC-2 en DC-3 vliegtuigen. De KLM gaf bijnamen aan de vliegtuigen. Naast De Uiver (dat in Betuws dialect het woord voor ooievaar is), waren er vliegtuigen met andere volgnamen zoals de Pelikaan (PH-AIP) en de Arend (PH-AJA). Eigenlijk had de Uiver de naam de Uil moeten krijgen. Maar er was al een KLM-toestel met die naam. De 1288, die in de collectie van het Transport Museum is opgenomen, heeft nooit een naam gehad. Hij heeft tot de Tweede Wereldoorlog alleen in Australië gevlogen, daarna als pronkstuk van een liefhebber lang buiten gestaan, maar werd in 1986 door de Dutch Dakota Association (DDA) in Australië gekocht en door de Koninklijke Marine naar Nederland gebracht. Het toestel heeft lang op Schiphol bij het Aviodome gestaan, maar verhuisde naar het Aviodrome op vliegveld Lelystad (waarvan Arno van der Holst directeur geweest is) om ten slotte op Eindhoven Airport te belanden.

HONDERD JAAR Arno van der Holst benadrukt dat hij zich met een duidelijk doel bijzonder ingespannen heeft om deze DC-2 te verwerven: 'Het Transport Museum wil volgend jaar (2019 dus) bijzondere aandacht besteden aan 100 jaar KLM, 100 jaar Fokker, 100 jaar NLR (Aerospace Innovatie voor windtunnels, simulatoren en testapparatuur) en 100 jaar ELTA (Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam). En deze DC-2, die vanaf 14 juli in volle glorie te zien zal zijn, moet als pronkstuk gaan dienen van ons toekomstige museum in PARK21. Wij hebben nu nog een contract om gebruik te mogen maken van dit gebouw voor 4,5 jaar. Over 5 jaar hopen wij aan de Spoorlaan te zitten met een prachtig nieuw museum.' Overigens zoekt van der Holst naarstig naar techneuten die hem met zijn aanwinsten als vrijwilliger willen helpen: 'Ik heb Nieuw-Vennep tot nu als buitengewoon meelevend ervaren. Wat een fantastische hulp heb ik vooral van Groningen en de CTS-groep gekregen. Maar nog meer technische hulp zou prachtig zijn.' Het Transport Museum (www.nederlandstransportmuseum.nl in de Lucas Bolsstraat 7 in Nieuw-vennep is elk weekend (en in de zomervakantie elke dag) geopend van 10.00 tot 17.00 uur. De entree is 7 euro 50 voor volwassenen 5 euro voor kinderen. Vanaf 14 juli is de DC-2 voor iedereen te bewonderen.